Jarenlang was de aflossingsvrije hypotheek populair vanwege de lage maandlasten. Maar er zit een addertje onder het gras: die lage lasten zijn niet vanzelfsprekend voor altijd. Voor honderdduizenden huiseigenaren komt er een moment dat de maandlasten flink kunnen stijgen.
Zie uw maandelijkse betaling als ‘huur’ voor het geleende geld; dit is de rente. Wat u niet doet bij een aflossingsvrije lening, is de lening zelf terugbetalen. Dit terugbetalen heet aflossen. U betaalt dus alleen de vergoeding voor het lenen, waardoor uw maandbedrag laag is, maar de oorspronkelijke lening niet kleiner wordt.
In de praktijk betekent dit dat uw hypotheekschuld precies even hoog blijft. Leende u ooit €200.000, dan is de schuld na jaren van rente betalen nog steeds €200.000. Aan het einde van de looptijd verwacht de bank dit bedrag terug. Dit is een belangrijk risico waar u op voorbereid moet zijn.
Die lage maandlasten van uw aflossingsvrije hypotheek komen deels door de hypotheekrenteaftrek. Dit is een steuntje in de rug van de overheid: van de rente die u aan de bank betaalt, krijgt u een deel terug via de belasting. Zie het als een tijdelijke korting op uw rente, waardoor uw netto maandlasten een stuk lager uitvallen.
Deze fiscale ‘korting’ is echter niet voor altijd. De overheid heeft een duidelijke spelregel: u heeft maximaal 30 jaar recht op hypotheekrenteaftrek. Sloot u uw hypotheek bijvoorbeeld af in mei 2005? Dan stopt uw belastingvoordeel precies 30 jaar later, in mei 2035. Vanaf dat moment betaalt u de volledige rente zelf, zonder de bijdrage van de Belastingdienst.
De grote vraag is natuurlijk: wanneer tikt voor u de klok af? De startdatum van uw lening bepaalt de einddatum van uw renteaftrek. Deze datum vindt u terug in uw originele hypotheekakte of in de jaaroverzichten van uw bank. Pak die er eens bij. Zo weet u precies tot wanneer u van het voordeel geniet en voorkomt u financiële verrassingen.
Wat betekent het wegvallen van de hypotheekrenteaftrek nu concreet voor uw portemonnee? Uw bruto maandlast – het bedrag dat u aan de bank betaalt – verandert niet. De verandering zit in wat u netto betaalt: het bedrag dat u daadwerkelijk kwijt bent nadat u de ‘korting’ van de Belastingdienst heeft ontvangen. Zonder die korting worden uw netto maandlasten dus hoger.
Stel, u betaalt nu €600 bruto rente per maand. Dankzij de hypotheekrenteaftrek krijgt u daarvan €200 terug via de belastingaangifte. Uw netto maandlasten zijn dan €400. Zodra de renteaftrek na 30 jaar stopt, vervalt die teruggave volledig. U betaalt dan nog steeds €600 aan de bank, maar uw netto maandlasten zijn voortaan ook €600. Een stijging van €200 per maand.
Wilt u een snelle schatting maken voor uw eigen situatie? Kijk dan op uw laatste belastingaangifte welk bedrag u aan hypotheekrente terugkreeg. Dat is grofweg het bedrag waarmee uw maandelijkse uitgaven zullen stijgen. Deze plotselinge kostenstijging is een belangrijk risico, vooral omdat voor veel mensen ook het einde van de looptijd van hun aflossingsvrije hypotheek in zicht komt.
Naast de hogere maandlasten door het wegvallen van de belastingkorting, is er nog een belangrijk moment: het einde van de looptijd van uw hypotheek, meestal na 30 jaar. Op dat moment wil de bank in principe het volledige geleende bedrag terug. Omdat u bij een aflossingsvrije hypotheek niet op de lening heeft ingelost, staat de volledige oorspronkelijke schuld nog open. Dit wordt de restschuld genoemd.
Natuurlijk kunnen de meeste mensen zo’n bedrag niet zomaar ophoesten. De gebruikelijke oplossing is dan ook om de hypotheek te verlengen of een nieuwe af te sluiten. Dit is echter geen automatisme. De bank zal opnieuw beoordelen of u de lening kunt betalen met een zogenaamde toetsing op inkomen, waarbij de strengere regels van vandaag gelden.
Deze nieuwe inkomenstoets is vooral een aandachtspunt als het einde van uw hypotheek samenvalt met uw pensioenleeftijd. Een bank kijkt namelijk naar uw toekomstige (pensioen)inkomen, dat vaak lager is dan uw salaris nu. Als uw pensioeninkomen te laag is om de nieuwe, hogere maandlasten te dragen, kan de bank een verlenging weigeren. Het is dus cruciaal om hierop voorbereid te zijn.
De gedachte aan een hoge restschuld of stijgende maandlasten is onprettig. Gelukkig hoeft u niet af te wachten tot het zover is. U kunt nu al de regie nemen en kiezen voor een oplossing die bij uw leven en portemonnee past. Er zijn drie veelgebruikte manieren om de risico’s van uw aflossingsvrije hypotheek aan te pakken:
Zelf vermogen opbouwen om de schuld af te lossen.
Extra aflossen op uw huidige hypotheek.
Uw hypotheek omzetten naar een andere vorm.
Zelf sparen geeft u de meeste vrijheid, maar vraagt discipline. Met extra aflossen verlaagt u direct uw schuld en daarmee uw rentelasten, maar zit het geld wel ‘vast’ in uw huis. Een andere route is het omzetten naar een hypotheekvorm waarbij u wél maandelijks aflost, zoals een annuïteitenhypotheek. Uw maandlasten gaan dan direct omhoog, maar u weet zeker dat de schuld aan het einde van de looptijd is verdwenen.
De beste keuze hangt volledig af van uw persoonlijke situatie, uw inkomen en uw wensen voor de toekomst. Het is een belangrijke puzzel, maar wel een die u zelf in elkaar kunt leggen.
Voordat u dit las, was de toekomst van uw aflossingsvrije hypotheek misschien een vaag en zorgwekkend onderwerp. Nu begrijpt u de kern: na 30 jaar stopt uw belastingvoordeel, waardoor uw netto maandlasten stijgen. De onduidelijkheid heeft plaatsgemaakt voor kennis, en u weet nu dat de schuld aan het einde van de looptijd een plan nodig heeft.
Het allerbelangrijkste dat u nu kunt doen? Zoek uw hypotheekpapieren op en noteer de startdatum. Deze ene datum is de sleutel tot uw financieel plan en geeft u de controle over uw hypotheek terug. Dit is uw eerste, concrete stap naar zekerheid.
De vraag ‘is een aflossingsvrije hypotheek nog verstandig?’ is dus niet de juiste. De juiste vraag is: ‘heb ik een goed plan?’. Met de kennis die u nu heeft, kunt u verrassingen voorkomen. U bent niet langer overgeleverd aan de kleine lettertjes, maar heeft de touwtjes weer in handen.