Wat betekenen de plannen van prinsjesdag voor je spaargeld?

Prinsjesdag en je spaargeld: wat verandert er richting 2027 en 2028?

Prinsjesdag gaat niet alleen over koopkracht, wonen en energie. Ook wanneer je een aardig bedrag op je spaarrekening hebt staan, zijn de belastingplannen interessant.

Vooral box 3 blijft de komende jaren in beweging. Daar valt onder andere je spaargeld onder. Voor de belasting op spaargeld in 2027 blijft het huidige systeem voorlopig bestaan. Vanaf 2028 wil het kabinet overstappen naar een nieuw stelsel waarbij het werkelijke rendement op vermogen het uitgangspunt wordt.

Wat betekent dat precies voor jou als spaarder?

Wanneer valt je spaargeld in box 3?

Spaargeld valt in box 3 van de inkomstenbelasting. Daar vallen naast spaargeld bijvoorbeeld ook aandelen en een tweede woning onder.

Je betaalt niet automatisch belasting zodra je geld op een spaarrekening hebt staan. Er geldt een heffingsvrij vermogen. Alleen wanneer je totale vermogen boven die vrijstelling uitkomt, kan box 3 relevant worden.

In 2026 bedraagt het heffingsvrije vermogen 59.357 euro per persoon. Heb je het hele jaar een fiscale partner, dan is dat samen 118.714 euro. Over het berekende box 3 inkomen geldt in 2026 een belastingtarief van 36 procent.

Heb je bijvoorbeeld alleen een normale betaalrekening en een bescheiden spaarbuffer? Dan betekent dit dus niet automatisch dat je belasting over je spaargeld betaalt.

In 2027 blijft het huidige systeem nog bestaan

Een volledig nieuw systeem voor box 3 stond eerder voor 2027 gepland. Die invoering is uitgesteld.

Daardoor blijft 2027 een overgangsjaar. De Belastingdienst blijft werken met de huidige methode waarbij voor verschillende soorten vermogen met forfaitaire rendementen wordt gerekend. Die percentages worden jaarlijks aangepast.

Voor spaargeld wordt daarbij een ander rendement gebruikt dan voor beleggingen en andere bezittingen.

Dat onderscheid is belangrijk. Iemand met 100.000 euro spaargeld wordt binnen het huidige systeem dus niet hetzelfde behandeld als iemand met 100.000 euro aan beleggingen.

Je werkelijke rendement kan ook belangrijk zijn

Naast het bestaande systeem is er inmiddels een tegenbewijsregeling.

Is je werkelijke rendement over je totale vermogen lager dan het rendement waarmee de Belastingdienst rekent? Dan kun je onder voorwaarden je werkelijke rendement doorgeven. De Belastingdienst gebruikt vervolgens de voor jou gunstigste berekening.

Bij het werkelijke rendement telt bijvoorbeeld de rente mee die je daadwerkelijk over je spaargeld hebt ontvangen.

Heb je uitsluitend spaargeld? Dan geeft de Belastingdienst aan dat de kans klein is dat je werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement voor spaargeld. Het fictieve rendement voor banktegoeden ligt namelijk relatief dicht bij de daadwerkelijk ontvangen spaarrente.

Voor mensen met andere vormen van vermogen kan het verschil groter zijn.

Vanaf 2028 moet box 3 echt veranderen

De veel grotere verandering staat gepland voor 1 januari 2028.

Het kabinet wil dan overstappen naar een systeem waarbij belasting wordt geheven over het werkelijke rendement op vermogen. Het gaat dan dus niet meer alleen om een vooraf vastgesteld rendement waarmee de Belastingdienst rekent.

Voor spaargeld is het principe relatief eenvoudig.

Heb je geld op een spaarrekening staan, dan bestaat je werkelijke rendement vooral uit de rente die je daadwerkelijk ontvangt.

Het kabinet wil dus uiteindelijk meer aansluiten bij wat je vermogen echt heeft opgeleverd.

Betekent dat dat je vanaf 2028 belasting betaalt over iedere euro rente?

Zo eenvoudig ligt het niet.

Het nieuwe stelsel moet nog definitief worden ingevoerd en de precieze uitwerking kan nog veranderen. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel in februari 2026 aangenomen, maar de Eerste Kamer moet het nog behandelen.

Bovendien kijkt het kabinet nog naar aanpassingen van het systeem. Tijdens Prinsjesdag 2026 maakte het kabinet duidelijk dat het de belasting op werkelijk rendement verder wil ontwikkelen richting een systeem waarbij waardestijgingen meer bij realisatie worden belast. Concrete voorstellen daarvoor volgen later.

Het is daarom te vroeg om nu al exact te zeggen hoeveel belasting iemand in 2028 over een bepaald spaarbedrag gaat betalen.

De richting is wel duidelijk: het daadwerkelijke rendement op je vermogen moet belangrijker worden.

En wat gebeurt er met groen sparen?

Daar verandert eveneens iets.

In 2027 wordt de vrijstelling voor groene beleggingen en groene spaartegoeden in box 3 verlaagd naar 200 euro per persoon. Met een fiscale partner gaat het om 400 euro gezamenlijk.

Vanaf 1 januari 2028 moeten deze vrijstelling en de bijbehorende heffingskorting helemaal verdwijnen.

Heb je een groene spaarrekening of groene beleggingen vanwege het fiscale voordeel? Dan is dit dus een verandering om rekening mee te houden.

Moet je door deze plannen anders gaan sparen?

Voor de meeste mensen is er geen reden om vanwege Prinsjesdag ineens hun spaarrekening leeg te halen of grote veranderingen door te voeren.

Een spaarrekening blijft belangrijk voor bijvoorbeeld je financiële buffer, onverwachte uitgaven en doelen waarvoor je geld apart wilt zetten.

Heb je een groter vermogen, dan wordt het wel steeds belangrijker om te weten hoe je vermogen is opgebouwd. Alleen spaargeld, beleggingen en bijvoorbeeld een tweede woning worden binnen box 3 namelijk niet altijd hetzelfde behandeld.

En vanaf 2028 moet het werkelijke rendement een veel grotere rol gaan spelen.

Kijk niet alleen naar belasting

Bij sparen is belasting bovendien maar een deel van het verhaal.

De rente die je ontvangt, hoeveel geld je als buffer nodig hebt en waarvoor je spaart zijn minstens zo belangrijk.

Geld dat je volgend jaar nodig hebt voor een verbouwing heeft bijvoorbeeld een heel ander doel dan vermogen dat je voor de lange termijn opbouwt.

Laat je keuzes daarom niet uitsluitend afhangen van een verandering in box 3.

Wat moet je vooral onthouden richting 2027 en 2028?

Voor 2027 verandert er voor spaarders nog geen compleet belastingstelsel. Het huidige box 3 systeem blijft voorlopig bestaan, inclusief de mogelijkheid om onder voorwaarden een lager werkelijk rendement door te geven.

De grote verandering staat gepland voor 2028. Dan wil het kabinet daadwerkelijk behaalde rendementen als uitgangspunt nemen.

Maar die plannen zijn nog in ontwikkeling. De Eerste Kamer moet de wet nog behandelen en het kabinet onderzoekt verdere aanpassingen.

Heb je vragen over je spaarrekening of wil je weten welke spaarmogelijkheden er bij ASN Bank zijn? Dan kun je natuurlijk bij ons kantoor binnenlopen.

Voor persoonlijk belastingadvies over box 3 kun je het beste contact opnemen met een belastingadviseur.

×